Soms zijn het de kleinste momenten die je even stilzetten. Zoals laatst, toen ik in de trein zat tegenover twee mannen vanuit mijn opleiding Onderzoeksjournalistiek. Het gesprek ging over een podcast die één van hen had gemaakt over vermeend seksueel wangedrag. Ik refereerde eraan: het stuk zat goed in elkaar, maar ik vertelde ook over het ongemak dat ik voelde na het beluisteren. Uit het verhaal bleek namelijk dat de hoofdpersoon—een man—niet terecht als ‘dader’ kon worden aangemerkt.
Aan het einde van het gesprek zei de andere man ineens:
“Maar ja, dat kunnen wij ons natuurlijk niet voorstellen. Als mannen. Wat vrouwen allemaal meemaken, hoe dat voor hen is.”
Ik knikte, zoals je dat doet in een gesprek. Maar in mijn hoofd ontstond een storm. Zij zagen mij als man.
(Gelukkig. Dat voelt nog steeds als een opluchting, ook al weet ik heel goed wie ik ben. Een blik in de spiegel en, nog belangrijker, in mijn hart zegt genoeg.)
Wat zij echter niet wisten, is dat ik tot mijn 47ste precies heb ervaren waar zij zich geen voorstelling van kunnen maken. Ik weet hoe het is om als vrouw gezien te worden: om je onveilig te voelen in je eigen stad, om met je sleutels of een kettingslot stevig in je hand naar huis te lopen of te fietsen. Om een blik te vangen op straat die je in één keer terugbrengt naar je kwetsbaarheid. Om seksueel benaderd te worden terwijl je probeert te verdwijnen in de massa. Om te horen dat je ‘vriendelijker moet kijken’, uitgescholden te worden.
Ik zei echter niets. Op dat moment voelde het niet gepast om in de openbaarheid van een treincoupé mijn hele verhaal te delen met mensen die mij niet goed kennen. Maar de opmerking bleef hangen. En terwijl ik tijdens de reis worstelde met mijn eigen stil zijn, besefte ik iets.
Als man sta ik nu ‘aan de andere kant’. Een kant die ik als vrouw nooit als veilig heb ervaren, maar die het voor mij nu wel is.
Nu ik als man leef, is die dynamiek verschoven. De kant die ik vroeger als onveilig zag, voelt nu veiliger – een verandering die het verschil in hoe mannen en vrouwen de wereld ervaren haarscherp blootlegt. Het geeft mij een enorme inkijk in hoe privilege werkt, niet alleen op individueel niveau, maar ook in hoe de maatschappij verschillende genders anders behandelt.
Maar wat gebeurt er nu eigenlijk op maatschappelijk niveau? Lange tijd gingen we ervan uit dat emancipatie een lineaire beweging omhoog was – een steeds verder uitdijende ruimte voor vrouwen, queer personen en andere groepen die gemarginaliseerd zijn of waren. Maar de realiteit blijkt complexer. In plaats van een constante vooruitgang zien we wereldwijd een opleving van conservatieve en traditionele waarden.
Enerzijds worden rechten steviger verankerd, met steeds meer zichtbaarheid en ruimte voor diversiteit. Anderzijds is er een groeiende weerstand, een tegenreactie waarin de ‘natuurlijke’ rollen van mannen en vrouwen opnieuw worden benadrukt. Denk aan de opkomst van extreem masculiene rolmodellen, de populariteit van bewegingen die zich tegen feminisme en gendergelijkheid keren, en het toenemende sentiment dat mannelijkheid ‘in crisis’ zou verkeren.
Deze spanning tussen vooruitgang en terugslag roept vragen op. Zijn we echt zo ver gekomen als we dachten? Heeft de drang naar emancipatie onbedoeld bijgedragen aan een nieuw soort polarisatie? En hoe verhoudt mijn persoonlijke ervaring als transgender man zich tot deze bredere maatschappelijke dynamiek?
Heeft de drang naar emancipatie onbedoeld bijgedragen aan een nieuw soort polarisatie?
Male privilege betekent dat mannen voordelen hebben in de maatschappij, simpelweg omdat ze man zijn. Vaak hebben ze daar zelf geen erg in, omdat het voor hen de norm is. Het gaat om dingen als meer kansen op werk, minder snel beoordeeld worden op uiterlijk, of je veiliger voelen op straat. Het betekent niet dat mannen geen problemen hebben, maar hun gender vormt meestal geen extra drempel in het dagelijks leven. Dit bewustzijn is belangrijk om meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen te kunnen creëren.
Heb ik nu ineens ook zoiets als male privilege, aangezien ik in de ogen van een ander een hoogopgeleide, witte man ben? Of behoor ik vanuit mijn transgender-zijn nog steeds ‘veilig’ tot een gemarginaliseerde groep?
Is het raar als ik in het openbaar als man spreek, vanuit de ervaring van een vrouw?
Dat alles is erg verwarrend. Als mens proberen we de ander te begrijpen vanuit onze eigen ervaring. Maar in dat streven ontstaan ongemakkelijke situaties, juist omdat we geneigd zijn onze eigen kaders mee te nemen. Soms creëren we daarbij nieuwe hokjes en definities die net zo beperkend zijn als de oude. Wat als we in plaats daarvan kunnen rusten in wat we van de ander niet begrijpen? Wat als we gewoon aanwezig kunnen blijven bij dat wat verwarrend is, zonder direct te willen begrijpen of verklaren?
Dat brengt me terug bij mijn eerdere zoektocht naar identiteit. Zoals ik in het artikel Is gender een illusie? bespreek, kan polarisatie soms nuttig zijn om verandering teweeg te brengen. Het benadrukken van verschillen maakt zaken scherper en creëert beweging. Vanuit menselijke gelijkmoedigheid en gelijkwaardigheid strijd je immers niet altijd even effectief.
In het interview met Mari den Hartog zeg ik dat inclusiviteit als het goed is openheid genereert naar andere levende wezens, en ook compassie. Ik vind gender geen illusie, maar het gedrag dat voortkomt uit ‘puur gegenderd denken’ wel. Voorbeelden hiervan zijn de (on)bewuste aannames over welk gedrag passend zou zijn voor een vrouw of een man. Denk aan haardracht, kledingkeuzes of loopbaanpaden.
Het thema gender is eigenlijk heel erg menselijk, want het gaat gewoon over wie jij bent, wie je mag zijn en hoe je dat op een zo liefdevol mogelijke manier doet. Dit alles is denk ik wel herkenbaar voor veel mensen, of je nu in een gendertransitie zit of niet.
Dan blijft natuurlijk wel de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen over. Die is er, op veel vlakken. Hoewel ik me bewust ben van die verschillen en het onrecht dat eruit voortkomt, voel ik me vanuit mijn positie in een lastige spagaat. Ik ben niet langer een vrouw, maar dat maakt me niet automatisch ‘gewóón een man.’ Het is alsof ik ergens tussen die twee werelden in sta, met een blik die beide perspectieven begrijpt, maar geen duidelijke plek heeft in de strijd die vaak zo zwart-wit wordt gevoerd.
De wereld kunnen ervaren vanuit twee genders is vrij uniek.
Als transgender persoon merk ik heel duidelijk dat de wereld verhardt met betrekking tot het thema gender (-transitie). Met de herverkiezing van Trump in de VS is dit in een stroomversnelling gekomen. Als president heeft hij de macht om decreten te ondertekenen waarmee hij de rechten van miljoenen mensen één voor één van tafel veegt. Voortaan erkennen de VS nog maar twee seksen die onveranderlijk zijn: man en vrouw. Transgender personen worden afgeschilderd als een lagere menselijke soort en te pas en onpas overal bijgehaald om het lijden van anderen te verklaren.
Na de recente helikoptercrash (29 januari 2025) nabij Washington D.C., waarbij 67 mensen omkwamen, legde president Donald Trump bijvoorbeeld de schuld bij diversiteits-, gelijkheids- en inclusiviteitsinitiatieven (DEI) binnen de Federal Aviation Administration (FAA). Hij suggereerde dat deze programma’s hebben geleid tot het aannemen van minder gekwalificeerd personeel, wat volgens hem heeft bijgedragen aan de ramp.
Verder ondertekende Trump meerdere presidentiële decreten om het Amerikaanse leger te hervormen, waaronder een verbod op transgender personen in de strijdkrachten. Iedereen wiens genderidentiteit niet overeenkomt met het geboortegeslacht zou ontslagen worden. Het Witte Huis stelt dat transitiebehandelingen de militaire paraatheid ondermijnen en voortdurende medische zorg vereisen.
Een ander decreet verbiedt trans vrouwen in vrouwencompetities, eerst in scholen en universiteiten, met als doel ook hun uitsluiting van de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Geert Wilders neemt deze retoriek maar al te graag over, zo stelt hij eind januari in een bericht op X: “Trump is right, there are only two genders: male and female. Let’s bring common sense back to our society. No more woke madness or indoctrination. No more nonsense.”
Het benadrukken van verschillen – zoals deze politici doen – maakt de scheidslijn voor sommige burgers duidelijker en overzichtelijker, maar gaandeweg blijft er weinig ruimte voor de nuances en de fluïde realiteit van het leven. De vraag is in inmiddels niet meer in hoeverre maar wanneer deze decreten, uitspraken en wetswijzigingen een stempel gaan drukken op de levenssfeer van alle Nederlanders, alle Amerikanen en alle wereldburgers. Het gaat dan al snel echt niet meer alleen om transgender personen.
Het is niet mijn ideaal dat we allemaal genderloos door het leven gaan. Integendeel. Gender gaat voor mij over wie je bent, hoe je je tot anderen verhoudt en hoe veilig of onveilig je je kunt voelen in de wereld.
Verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen lijden betekent voor mij niet dat dat lijden losstaat van ongelijkheid of machtsverschillen. Die zijn er, en die doen ertoe. Maar het betekent wel dat ik eerst kijk naar wat er in mij geraakt wordt, voordat ik mijn pijn bij een ander neerleg. Dat ik daarbij kan blijven, zonder meteen iemand aan te wijzen. Best uitdagend…
Misschien begint opnieuw leren samenleven bij het verdragen van complexiteit.
Misschien begint opnieuw leren samenleven bij het verdragen van complexiteit. Accepteren dat meerdere waarheden naast elkaar bestaan, hoe lastig dat ook is. Voor mij, levend tussen twee genderwerelden in, is dat geen utopisch idee, maar dagelijkse realiteit.
Noot van de redactie: het slot van dit artikel aangepast in december 2025.
Foto door Elijah Hiett, Unsplash.