Onze huidige tijd wordt gekenmerkt door onzekerheid en wereldwijde veranderingen. Vrijheid, ooit vanzelfsprekend, staat onder druk door geopolitieke verschuivingen: de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten, en de groeiende spanningen tussen Amerika en Europa. We staan aan de vooravond van een onzekere toekomst, waarin de gevolgen van conflicten steeds dichterbij komen. De kans lijkt me vrij klein dat hier op korte termijn tanks binnenrollen, maar vrijheid is meer dan dat.
De kans lijkt me vrij klein dat hier op korte termijn tanks binnenrollen, maar vrijheid is meer dan dat.
Om die reden vind ik de documentaire van De Boeddhistische Blik over de oorlog in Oekraïne ook zo boeiend. Die film, met de titel: Wat zou jij doen voor vrijheid? geeft een kijkje in het leven van verschillende Oekraïense boeddhisten die hun weg vinden tijdens de oorlog tegen Rusland. De een kiest voor het runnen van een boeddhistisch centrum te midden van alle hectiek van de oorlog, de ander gaat naar het front.
Eén van de mannen die aan het woord komt, is Armen: een Oekraïense militair die via de telefoon wordt geïnterviewd vanuit de loopgraven aan het front. Armen deelt hoe hij probeert zijn tegenstanders te bestrijden en te doden vanuit compassie, een belangrijke les die hij van zijn boeddhistische leraar heeft meegekregen. Hij erkent de moeilijkheid van dit ideaal en streven: in het heetst van de strijd wordt hij volledig opgeslokt door het gevecht, de missie en de drang om te overleven. Toch probeert hij, zowel voor als na het gevecht, met compassie naar zijn vijand te kijken.

Het klinkt paradoxaal: met compassie doden. En dat is het natuurlijk ook, maar zijn visie heeft een oorsprong. Dit idee komt niet uit de Theravada-traditie, maar is later ontwikkeld binnen de Mahayana traditie, waar men het dilemma rondom het doden van een vijand in een parabel heeft uitgewerkt. De bekendste versie komt uit de ‘The Skill in Means’ (Upayakausalya) soetra en laat zien hoe doden onder uitzonderlijke omstandigheden te rechtvaardigen is.
De soetra met als titel ‘Murder with Skill in Means: the Story of the Compassionate Ship’s Captain’ vertelt het verhaal van Sakyamuni Boeddha die in zijn vorige leven als bodhisattva een rover op een schip tegenhoudt die van plan is om vijfhonderd kooplieden op dat schip te vermoorden. Gedreven door groot mededogen besluit de bodhisattva de rover te doden, zowel om de kooplieden te redden als om de rover te behoeden voor het opbouwen van negatief karma.
Dit laatste argument gebruikt ook Armen als hij uitlegt hoe hij tegen zijn vijanden, de Russen, aankijkt. Deze rechtvaardiging is gebaseerd op het Mahayana-concept van upaya-kaushalya (vaardige middelen) en het bodhisattva-ideaal, waarbij handelingen die normaal als onheilzaam worden beschouwd, gerechtvaardigd kunnen zijn als ze voortkomen uit zuiver mededogen en wijsheid.
Het belangrijkste ethische argument is dat de intentie achter de handeling de karmische consequenties bepaalt. Omdat de bodhisattva handelt zonder haat of eigenbelang, wordt de daad van doden niet gezien als het produceren van negatieve karma op dezelfde manier als wanneer het gemotiveerd zou zijn door kwade bedoelingen. Als ik naar het verhaal van Armen luister, lijkt me dat voor de ‘gewone man’ een onmogelijke opgave, een paradox.
Ook Nederlandse militairen ervaren die paradox. Uit mijn gesprekken met hen blijkt dat velen in wezen pacifistisch zijn, en toch bewust voor dit beroep hebben gekozen. Dit lijkt op het eerste gezicht een tegenstrijdigheid, maar hun keuze wordt vaak gedreven door een diep rechtvaardigheidsgevoel en de wens om dienstbaar te zijn. Mijn indruk is dat ze op zoek zijn naar betekenisvol werk en zich thuis voelen in een omgeving waar samenwerking en kameraadschap centraal staan. Deze kameraadschap, gevormd door gedeelde uitdagingen en intensieve training, schept een unieke band die voor buitenstaanders moeilijk te doorgronden is.
Hun pacifisme lijkt haaks te staan op de bereidheid om te vechten en, als het moet, te doden.
De morele last van geweld en het werk bij Defensie openbaart zich vaak pas achteraf en kan leiden tot ethische worstelingen en morele verwonding. Niemand kan zich volledig voorbereiden op de realiteit van gevechtssituaties, de impact van het nemen van een leven, of de morele dilemma’s die ontstaan bij het uitvoeren van opdrachten die in sommige gevallen kunnen botsen met persoonlijke waarden. Dit geldt niet alleen voor de situatie van doden of het directe gebruik van geweld, maar ook voor de bredere ethische vraagstukken die zich aandienen binnen Defensie.
Ondanks deze ethische dilemma’s blijven velen zich aangetrokken voelen tot het beroep. De kameraadschap, het avontuur, bestaanszekerheid en de mogelijkheid om een verschil te maken, wegen vaak zwaarder dan de risico’s.
Als boeddhistisch geestelijk verzorger ervaar ik soms ook een paradox in mijn werk. Geestelijke verzorging wordt vaak geassocieerd met compassie, geweldloosheid en morele reflectie, terwijl Defensie in essentie een organisatie is die zich voorbereidt op en soms deelneemt aan gewapende conflicten. De kern van deze paradox ligt in de vraag: hoe kan iemand die zorg en morele en spirituele begeleiding biedt, opereren binnen een instituut dat geweld als laatste middel niet uitsluit? Deze vraag wordt mij dan ook regelmatig gesteld.
Als geestelijk verzorger draag ik geen wapen en mag ik zelf geen geweld gebruiken, maar ik maak wel deel uit van een organisatie waarin dat een realiteit is. Tegelijkertijd sta ik op een bepaalde manier ‘buiten’ Defensie: ik val niet binnen de commandostructuur, maak niet direct deel uit van militaire operaties en behoud te allen tijde mijn onafhankelijke positie.
Ondanks deze ogenschijnlijke tegenstellingen voel ik me verbonden met de mensen binnen Defensie en besef ik dat mijn werk waardevol is. Ik vertegenwoordig aspecten die binnen de militaire organisatie soms onderbelicht blijven: de menselijke maat, hoop en troost. Ik bied ruimte voor reflectie, een plek van rust, herdenken en bezinning. En als het nodig is ben ik ook een luis in de pels en een kritische stem. In het uiterste geval kan ik helpen om degenen die het leven verliezen een eervolle begrafenis te bieden.

Als geestelijk verzorger bied ik ook juist steun in de paradoxen van het werk en de momenten van morele spanning. Door te luisteren en samen te reflecteren, bied ik ruimte voor het verwerken van ethische dilemma’s en de impact van dit werk. Regelmatig krijg ik van militairen te horen dat zij mijn andere geluid en perspectief waarderen.
Die ogenschijnlijke tegenstellingen maken mijns inziens ook deel uit van dharma-beoefening. Dharma speelt zich niet af buiten het alledaagse leven, maar juist midden in de complexe dynamiek van het bestaan, met zijn relaties, uitdagingen en imperfectie. Het gaat niet om ontsnappen aan de wereld, maar om een manier van zijn binnen de wereld – waarin wijsheid en compassie me richting geven.
Voor mij betekent dit ook dat ethiek niet iets statisch is, maar afhankelijk van de situatie. In die zin sluit ik me aan bij Bhikkhu Bodhi dat geweld soms gerechtvaardigd kan zijn. Het is belangrijk om waarden, normen en idealen na te streven en je leven hierop te baseren, maar uiteindelijk kunnen we nooit volledig voorspellen hoe we in een bepaalde situatie zullen handelen. Wat een ‘gepast antwoord’ is op een dilemma, hangt af van het moment, de context en onze innerlijke afwegingen.
Ik weet niet hoe ik zou reageren als mijn vrijheid, of die van mijn dierbaren, plotseling onder druk zou komen te staan.
Ethiek, zo realiseer ik me, is situationeel, en mijn keuze om als boeddhistisch geestelijk verzorger binnen Defensie te werken is dat ook. Voor nu voelt deze keuze juist en passend, maar in een wereld die voortdurend verandert, met onvoorspelbare leiders en verschuivende geopolitieke realiteiten, kan de balans altijd omslaan.
Dat ik mij moeilijk voor kan stellen ooit in een situatie te komen waarin mijn streven naar geweldloosheid onder druk zou staan, voelt als een pure luxe. De militair die me vertelt over de pantserhouwitser op het schietoefenterrein in Duitsland, bekijkt dit veel pragmatischer. Vol trots spreekt hij over zijn idealen: iets betekenen voor de wereld en anderen beschermen. Onrechtvaardigheid kan hij slecht verdragen, en juist daarom koos hij ooit voor Defensie en een geüniformeerd beroep. Dat hij in uiterste gevallen geweld moet gebruiken, beschouwt hij als een noodzakelijk kwaad.
In mijn werk als boeddhistisch geestelijk verzorger kom ik veel van zulke ‘gewone’ mannen en vrouwen tegen. Het zijn integere mensen die zich inzetten voor de veiligheid van anderen, voor vrede in de wereld. Dat is ook de reden waarom ik me voor hen inzet.
Wanneer het dagelijkse leven onder druk komt te staan, zoals bijvoorbeeld in oorlogstijd, haalt dit niet alleen het slechtste, maar ook het beste in mensen naar boven. Een les die ik leer uit de verhalen en documentaires die ik regelmatig tegenkom. Mijn dharmavriend Joost van de Heuvel Rijnders deelde met mij zijn ervaring tijdens een bezoek aan Oekraïne, waar hij een retraite leidde voor sociaal werkers en mindfulnesstrainers in opleiding.
De echte ‘test’ komt pas wanneer alles onder druk staat — wanneer er gevaar, angst en chaos is.
Compassie en solidariteit zijn eenvoudig in de veiligheid van je meditatiekussen en je eigen sangha. Maar de echte ‘test’ komt pas wanneer alles onder druk staat — wanneer er gevaar, angst en chaos is.
Hoewel het moeilijk te voorspellen is wat de toekomst brengt, wil ik je toch uitnodigen te reflecteren op de vraag: wat zou jij doen tijdens een oorlog?
Zou je in verzet komen, en zo ja, op welke manier? Zou je kiezen voor geweldloos verzet, zoals protesteren, onderduiknetwerken opzetten of informatie verspreiden? Of zou je de wapens opnemen, ervan overtuigd dat er soms strijd nodig is om onrecht te stoppen? Misschien voel je meer voor een ondersteunende rol. Zou je anderen helpen die ons land verdedigen, zoals ik dat doe als boeddhistisch geestelijk verzorger bij Defensie? Zou je je inzetten voor medische zorg, logistiek of humanitaire hulp, zodat de gevolgen van het conflict minder schrijnend zijn, ook als dat betekent dat je dienstbaar bent aan een organisatie als Defensie?
Of zou je een heel andere weg kiezen? Misschien vluchten, om elders een nieuw bestaan op te bouwen. Of simpelweg proberen te overleven, je geliefden beschermen en de oorlog zo goed mogelijk doorstaan. Oorlog roept morele dilemma’s op die we ons in vredestijd nauwelijks kunnen voorstellen. Maar als het moment daar is, hoe zouden we dan handelen? Wat zou jíj doen?
Omslagafbeelding: Ministerie van Defensie: Defensie neemt nieuwe mortieren in gebruik.