maakt-mindfulness-minder-sociaal

Maakt mindfulness sommige mensen minder sociaal?

Kan het beoefenen van mindfulness ook ongewenste gevolgen hebben? Michael Poulin, hoogleraar Psychologie, voerde een korte studie uit en ontdekt dat mindfulness ook kan leiden tot minder vrijgevigheid. Bay was geïntrigeerd door dit bericht en zocht contact met Poulin.

“Matthieu Ricard schreef ooit dat een scherpschutter ook een vorm van mindfulness beoefent. ‘Puur bewustzijn’ zei hij, ‘hoe volmaakt ook, is niets meer dan een instrument. Het kan veel goeds brengen maar het kan ook voor immens lijden zorgen.’

Dat zette mij aan het denken: kan het beoefenen van mindfulness ook ongewenste gevolgen hebben? Wat blijft er aan betekenis over als we mindfulness uit haar oorspronkelijke, culturele context halen? Neem het woord ‘namaste’. In het moderne Hindi is dit een normale respectvolle begroeting. In het Westen linken we het aan bijvoorbeeld de beoefening van yoga en zien we het als spirituele term. Is er ook zoiets aan de hand bij mindfulness?”

maakt mindfulness minder sociaalAan het woord is Michael Poulin, Associate professor of Psychology aan de universiteit van Buffalo (New York). Dit jaar deed hij onderzoek naar de effecten van mindfulness op pro-sociaal gedrag. Het resultaat: bij sommige mensen zorgt de beoefening van mindfulness ervoor dat hun pro-sociaal gedrag vermindert. Een opmerkelijk bericht temidden van alle positieve geluiden over mindfulness. We weten immers al dat mindfulness helpt bij stress en dat het symptomen van een psychiatrische ziekte kan helpen verminderen. “Zo bezien kunnen we makkelijk aannemen dat mindfulness weinig of geen nadelen heeft”, vertelt Poulin in een uitwisseling per mail. Waarom dan toch dit onderzoek?

“Als onderdeel van mijn studie Psychologie bestudeerde ik het boeddhisme en maakte ik kennis met de vier edele waarheden en het achtvoudig pad. Mindfulness vindt haar oorsprong in het boeddhisme. De beoefening van aandachtig gewaarzijn is in oorsprong dus onlosmakelijk verbonden met spirituele leringen en moraliteit. Hier in de VS beoefenen we mindfulness in puur seculiere vorm. We bieden het aan als manier om je aandacht te trainen, zodat je beter in je vel komt te zitten. Daarnaast kan mindfuless helpen je prestaties als werknemer te optimaliseren en beter bestand te zijn tegen een hoge werkdruk. Dat laatste leidde al eerder tot kritiek op mindfulness beweging: mindfulness zou zijn verworden to McMindfulness.”

De populariteit van mindfulness als seculiere vorm van zelfhulp fascineerde Poulin:

“Wat blijft er dan over van de oorspronkelijke betekenis van mindfulness? Als we boeddhistische principes als de Vier edele waarheden en het Achtvoudig pad weglaten? Ik voorspelde dat de seculiere vorm van mindfulness de focus op het ‘zelf’ zou bevorderen. Dat het mensen minder vrijgevig en pro-sociaal zou maken. En dat is wat wij tot nu toe met ons onderzoek ook ontdekten.”

Hoe dit kan? Dat heeft volgens Poulin alles te maken met de culturele verschillen tussen Oost en West. “Westerlingen kijken meestal naar zichzelf in termen van het ‘ik’: wat wil ik, wie ben ik? We noemen dat: independent-minded. Mensen in Aziatische culturen denken vaker over zichzelf in termen van ‘wij’, kortom: interdependent-minded.

Toen dacht ik: als we kijken naar interdependent-minded mensen, klopt het dan dat mindful gewaarzijn van hun eigen ervaringen automatisch inhoudt dat zij aan anderen denken? Dat het hen dus meer behulpzaam en vrijgevig maakt? En als dat zo is, is het omgekeerde dan ook waar? Dat mindful gewaarzijn independent-minded mensen aanspoort om meer te focussen op hun individuele doelen en verlangens?”

Met zijn collega Shira Gabriel – expert in independent-minded versus interdependent-minded denken – voerde Poulin een onderzoek uit met 366 studenten in het lab. De ene groep nam deel aan korte mindfulness-oefeningen. De controlegroep kreeg een oefening waarbij de geest juist afdwaalde. Ook maten ze bij alle studenten de mate waarin mensen independent of interdependent denken over zichzelf. Aan het einde van het onderzoek kregen mensen de vraag of ze konden helpen bij het werven van donaties voor een goed doel, door enveloppen te vullen om naar potentiële donateurs te sturen.

maakt mindfulness minder sociaal

Het wij-gevoel door Duy Pham

Mindfulness maakt interdependent-denkenden socialer

Poulin: “De resultaten laten zien dat de korte mindfulness-meditatie er bij interdependent-minded mensen voor zorgde dat ze 17 procent genereuzer werden. Bij relatief onafhankelijk denkende individuen bleek mindfulness hen juist minder gul te maken. Deze groep deelnemers vulde na de mindfulness-oefening 15% minder enveloppen. Het effect van mindfulness is dus niet absoluut: het hangt ook van de manier waarop mensen over zichzelf denken: in termen van ‘ik’ of ‘wij’.

Deze resultaten verbaasden mij niet. Wel verrassend vond ik hoe gemakkelijk we het hierboven beschreven effect kunnen omkeren: als we westerlingen over zichzelf laten denken in ‘wij’-termen, kunnen we de prosociale effecten van mindfulness herstellen.”

Poulin vertelt vervolgens over een ontdekking van onderzoekers Marilynn Brewer en Wendi Gardner: zij lieten proefpersonen passages lezen waarbij ze moesten kiezen tussen het omcirkelen van uitspraken vanuit de ik-vorm of de wij-vorm. Dit leidde ertoe dat mensen daarna meer over zichzelf in ‘ik’ dan wel in ‘wij’ termen gingen denken.

Poulin: “Wij hebben deze methode met voornaamwoorden in een online onderzoek gebruikt om te zien of we de effecten van mindfulness op sociaal gedrag konden laten verschuiven. Daarna vroegen we of de proefpersonen vrijwillig contact wilden opnemen met potentiële donateurs van een goed doel. De resultaten bevestigden ons vermoeden: na een korte mindfulness-oefening waren de mensen die ik-woorden omcirkelden (independent-minded) 33 procent minder geneigd om vrijwilligerswerk te doen. Van degenen die wij-woorden identificeerden (interdependent-minded) was 40 procent meer bereid om vrijwilligerswerk te doen.” Moeten we ons zorgen maken over deze bevindingen?

Anne Speckens, directeur van het Radboudumc Centrum voor Mindfulness, denkt van niet.

Anne Speckens

Anne Speckens. Bron: Radboudumc

Hoewel ze het onderzoek op zichzelf interessant vindt, plaatst ze wel kanttekeningen bij de onderzoeksmethode van Poulin: “In de eerste plaats wordt in de conclusies van dit onderzoek vijftien minuten aandacht voor de ademhaling gelijk gesteld aan het volgen van een acht-weekse mindfulness training. Dat is natuurlijk geheel ten onrechte. Daarnaast is het niet makkelijk om een goed onderzoek op te zetten voor het meten van pro-sociaal gedrag. Bij gedragsobservaties in een laboratorium, zoals in Poulins onderzoek, is het maar de vraag hoe toepasbaar de resultaten zijn op het gewone leven.

In het Radboudumc Centrum voor Mindfulness monitoren we sinds enige jaren ook mogelijke negatieve effecten van de mindfulness cursussen. Daarnaast hebben we hier kwalitatief onderzoek naar gedaan, waarbij je deelnemers interviewt naar hun ervaringen. Dat zou ook voor dit onderzoek een mooie aanvulling kunnen zijn. Je vraagt dan aan de deelnemers zelf wat het effect is van de training op hun sociaal gedrag. Maar je kunt dit ook aan anderen vragen: bijvoorbeeld patiënten over hun dokters, werknemers over hun leidinggevenden, partners over hun partner, of kinderen over hun ouders.”

Meer algemeen denkt Speckens dat het ontwikkelen van mindfulness en compassievaardigheden een langdurig proces is dat je het beste onder begeleiding kunt aangaan. “Ervaren mensen kunnen jou helpen om je ervaring te leren plaatsen en je ondersteunen in je ontwikkeling.

Poulin zal dit vermoedelijk niet tegenspreken. In een slotnoot van onze mailwisseling zegt hij dat zijn onderzoek niet is opgezet om de effectiviteit van mindfulness onderuit te halen. “Het suggereert juist dat mindfulness werkt. Wel toont onze studie aan dat er meer nodig is dan een plug-and-play-aanpak, willen beoefenaars mogelijke valkuilen vermijden. We mogen hier in de VS dus meer bezig zijn met hoe we het beste uit de beoefening van mindfulness kunnen halen.”

Titelbeeld: Milan Popovic