mediteren-om-verlichting-te-bereiken

“Mediteren om verlicht te raken is als offeren om rijk te worden”

Nicki Mano groeide op in boeddhistisch Thailand. Mediteren loopt als een rode draad door haar leven. Maar dat was nooit vanzelfsprekend. “Verlichting komt met lijden. Het gaat over zelfinzicht, zien hoe je werkelijk bent.”

Zeg boeddhisme of de Boeddha en we denken al snel aan ‘verlichting’. Maar wat is verlichting eigenlijk precies? En hoe zien moderne beoefenaars binnen het boeddhisme dit? Jolanda Breur vraagt het psycholoog en mindfulnesstrainer Nicki Mano. Dit is deel 5 in een serie.


“Ik mediteerde voor het eerst op mijn zesde, vijf minuten misschien. Een schoolleraar deed het ons voor in de pauze. Wow, dat wilde ik vaker en thuis ging ik sindsdien dagelijks naar de boeddhakamer. In Thailand heeft ieder huis een altaar en bij ons in Chiang Mai stond het in een aparte ruimte. Er kwam verder niemand. Ons gezin was chaotisch en gewelddadig en ik kon me daar terugtrekken. Mediteren is eigenlijk voor monniken, dus ik heb het mezelf aangeleerd, net als bidden. Daarom vond mijn familie me raar, dat was niet prettig.

’s Ochtends stond ik vroeg op om eten te offeren aan de monniken.

Die gingen om 6.00 uur al langs de deuren om te bedelen. Ik deed het stiekem, want als kind hoorde je dat niet te doen. Mijn moeder runde een restaurant dat 24 uur per dag open was, dus daar kon ik eten pakken. Toen ik twaalf was nam de moeder van een vriendinnetje me een week mee op retraite. Maar in mijn puberteit kwam de klad in mediteren, ik ging feesten met vrienden. Toch stelde ik vragen aan mijn eerste boeddhistische leraar over het leven, lijden en de relatie met mijn moeder. En vanaf mijn 21ste stond ik weer iedere dag om 5.00 uur op om een half tot anderhalf uur te mediteren.

thais boeddhisme

Boeddhistische tempel in Thailand. Bron: Wikimedia

Opnieuw liet ik mijn meditaties versloffen. Ik kwam naar Nederland voor de liefde en wilde snel integreren. Ik paste mijn naam aan, omdat die te ingewikkeld was voor Nederlanders. Rijst schrapte ik van het menu. Ik begon me af te vragen wat me Thais en boeddhistisch maakt. Ik leefde vijf zware jaren zoals anderen om me heen dat deden, en belandde in een identiteitscrisis. Nadat ik weer ging mediteren, vond ik mezelf langzaam terug. Ik maakte een studie psychologie af en raakte zwanger van mijn dochter.

s’ Nachts hoorde ik vrouwen in andere cellen huilen of krijsen en wilde ik dat ze ook konden mediteren om zich beter te voelen.

Tweet

Ik had alles: een man, kinderen, een huis, studie en een baan. Maar geweld stak weer de kop op thuis. Door een valse aangifte tegen mij kwam ik drie weken in de gevangenis terecht. Ik miste mijn kinderen en had veel pijn. Ineens was ik alles kwijt, een bizar gevoel van onthechting. Ik besefte dat ik een beeld van mezelf presenteerde waarin ik man en kinderen bezat, terwijl ik niet kon spreken van hebben. Ik contempleerde op dat levensvraagstuk, zag de gezichten van mijn leraren voor me en werd rustig.

Drie keer per dag deed ik zit- en loopmeditaties. s’ Nachts hoorde ik vrouwen in andere cellen huilen of krijsen en wilde ik dat ze ook konden mediteren om zich beter te voelen. Op een zeker moment wist ik dat ik niet alleen was, ik voelde de Boeddha dichtbij. Het was een verlichtingsmoment. Ik stond lager op de maatschappelijke ladder dan ooit, maar mijn hart was vrij. Ik begreep non-dualiteit, tegenstellingen als goed en slecht vielen weg. Toen na drie weken mijn onschuld was bewezen en ik kon gaan, wilde ik niet meer weg.

Verlichting komt met lijden. Het gaat over zelfinzicht, zien hoe je werkelijk bent.

Dat zie je vooral door het te ervaren. Mediteren is voor mij letterlijk toevlucht nemen tot de Boeddha. Als kind zag ik hem met mijn ogen dicht steeds voor me en dan voelde ik me veilig. Ik hoopte toen ook verlicht te raken, op een ander bewustzijnsniveau te komen. Toch vind ik dat niet zuiver. Het is net als offeren en hopen dat je zo rijkdom afdwingt. Ik ben nog drie keer een maand ingetreden als boeddhistisch non, in Thailand en in Duitsland. Al mijn haar ging eraf. Ik leerde er veel, ook dat je geen non hoeft te zijn om naar Boeddha’s leer te leven.

Ik put uit alle tradities, maar kom steeds terug bij anapanasati, je ademhaling observeren.

Tweet

Nu gebruik ik meditatie- en mindfulnesstechnieken in mijn psychologische praktijk. Want het is moeilijk om via woorden te begrijpen dat je verleden niet terugkomt of dat je kinderen of partner niet van jou zijn. Gedachten daarover komen en gaan. Ik grijp terug op de boeddhistische filosofie, op de vergankelijkheid van dingen. Maar als ik daarover vertel is het minder duidelijk dan als we korte oefeningen doen. Dat geldt ook voor mezelf. Ik lees er nog veel over en ik luister naar anderen, toch is het vooral een praktijk. Toen ik in een moeilijke scheiding zat met mijn man werd ik tijdens een loopmeditatie boos op hem en op de Boeddha. Tot ik me bewust werd van een stemmetje dat zei: Nicki, ga niet ook met modder gooien. Compassie bleek heilzamer en inmiddels ben ik goed bevriend met mijn ex.

Ik leer mensen graag hoe je compassie beoefent zonder boeddhist te zijn.

Daarom begeleid ik sinds corona zes ochtenden per week meditatiesessies online. Het is een soort sangha, bijna twintig mensen die via via zijn aangehaakt. We resetten onze gedachtestroom en beginnen dan aan de dag, erg prettig. Ik put uit alle tradities, maar kom steeds terug bij anapanasati, je ademhaling observeren. Aandacht voor je buik die rijst en daalt is een goed anker.

Gedachten gaan anders makkelijk weer met je op de loop. Soms doe ik een bodyscan, je aandacht verplaatsen door je lichaam, om contact te maken tussen lichaam en geest. We eindigen na een half uur met een dankbaarheids- en compassieoefening. En we zetten een intentie voor de dag, een voornemen waaraan we ons willen wijden. Zo geef je je brein een signaal. Dan lukt dat beter, wat de Boeddha lang geleden al wist.

Zelf raadpleeg ik leraren om te weten of ik op de goede weg ben. Wel minder vaak dan vroeger. Dat gaat vaak over bewustzijnstoestanden in meditaties en over wat ik tegenkom in de lessen die ik geef. Ik vraag of ik zaken op de juiste manier begrijp en zij bevestigen dat of niet. Als je er te veel over praat, ga je er te veel over nadenken en dat is niet de bedoeling. Laatst was ik boos op mijn puberende dochter die naar tegen me deed en voelde ik wrok opkomen. Daar schrok ik van. Mijn leraar adviseerde haar te vergeven. Wat ik al had gedaan. Nee, zei hij, écht vergeven, vanuit je hart. Dat is de volgende stap. In contact blijven, voor elkaar zorgen en toch durven loslaten.”