tjitske-jansen-boeddhisme-tessa-posthuma-de-boer

Tjitske Jansen: “Voor verlichting hoef je niks aan jezelf te veranderen”

Voor Tjitske Jansen gebeurt er iets als ze haar meditaties opdraagt aan alle levende wezens. “Door de herhaling wordt het waar. En compassie hoort er absoluut bij, anders zit je alleen op je dikke ego te mediteren.”

Zeg boeddhisme of de Boeddha en we denken al snel aan ‘verlichting’. Maar wat is verlichting precies? En hoe zien moderne beoefenaars binnen het boeddhisme dit? Jolanda Breur vraagt het dichter en schrijver Tjitske Jansen. Dit is deel 6 in een serie.


“Mediteren is het belangrijkste dat ik heb geleerd in mijn leven, dus ik vind het fijn om erover te vertellen. En spannend. Ik heb regelmatig een periode waarin het me niet lukt elke dag te mediteren. Zoals nu. Dat geeft me het gevoel dat ik geen recht heb er iets over te zeggen. Daarbij is het onmogelijk te verhelderen voor iemand die niet mediteert. Probeer maar eens de smaak van een appel uit te leggen aan iemand die er nog nooit een heeft gegeten.

Ik begon twintig jaar geleden, toen ik mijn geliefde uit die tijd zag mediteren. Hij straalde rust uit en ik dacht: dat wil ik ook. Een vrouw die net als hij aan transcendente meditatie deed, vertelde me dat ze voorheen nooit iets afmaakte en nu wel. Dat trok me over de streep, want ik wilde eindelijk eens mijn boek schrijven. En het hielp.

In 2007 belandde ik in een Schots Tibetaans-boeddhistisch centrum, Samye Ling.

Ik vond het een verademing dat je nergens in hoefde te geloven. Dat kan ook niet. Je komt er pas na een tijd oefenen achter wat een specifieke weg inhoudt. Je moet wél geloven dat je in positieve zin kan veranderen, anders heeft die praktijk geen zin. Een paar maanden nadat ik kennis maakte met het boeddhisme, koos ik het als mijn pad. Er zijn vast meer goede wegen. Maar in wat ik tot dan toe vond, zag ik altijd wel iets dat niet klopte of deugde. In het boeddhisme heb ik zoiets na veertien jaar nog steeds niet ontdekt.

tjitske jansen boeddhisme

Foto en headerbeeld: Tessa Posthuma de Boer

Ondanks mijn ongedisciplineerde beoefening heeft het me veel gebracht. Ik ben voor mezelf en anderen een prettiger mens. Ik geloof ook dat je grenzeloos vreugde, compassie en wijsheid kunt ervaren. Dat is voor mij verlichting. Ik ben niet verlicht en weet dus ook niet hoe het is. Toch kan iedereen het bereiken, je hoeft niets aan jezelf te veranderen. We lijden omdat we niet zien hoe dingen écht zijn. Dat zien is geen theoretisch inzicht maar een ervaring. Een leraar vertelde me dat je verlichting wel als doel moet stellen. Als je alleen gaat voor meer rust en een aangenaam persoon worden, zal je niet meer bereiken dan dat.

Ik vind het jammer dat mensen een cursus mindfulness volgen om bijvoorbeeld van hun burn-out af te raken en er vervolgens mee stoppen.

Terwijl het dan pas begint, want ontspannen is de eerste stap. Het gaat uiteindelijk om bewustwording en inzicht in je handelen. Die kunnen daarna pas ontstaan. Ik begin en eindig mijn meditaties altijd met een gebed. Ik draag de beoefening op aan alle levende wezens. Dat ze vrij mogen zijn van lijden. Dat voel ik niet altijd direct zo, maar er gebeurt iets als ik het blijf herhalen. Het wordt waar. Die goede kwaliteiten zoals compassie komen dan vanzelf naar boven. Zo’n afsluiting brengt een geluk dat verder gaat dan lekker ontspannen. We zijn ten diepste met elkaar verbonden. Dus compassie hoort er absoluut bij, anders zit je alleen op je dikke ego te mediteren.

Ik ben me eerder bewust van de rauwe emoties die kunnen opspelen.

Ik zette ooit vuilniszakken naast de container omdat die vol was. Iemand had de zakken opengetrokken om te kijken waar ze vandaan kwamen, ook een leuke baan. Toen belde een handhaver en een politieagent bij me aan. Dan ben je geneigd vreselijk te balen. Maar in zo’n situatie verander je wat je kunt veranderen, dus ik gooide mijn charmes in de strijd. Tevergeefs. Ik keek naar de man die de bekeuring uitschreef en besefte dat hem zelden nog een prettige dag gewenst wordt. Ik voelde compassie en verloor mijn goede humeur niet. Ik wist dat ik geen invloed meer op had op de situatie. Ik wenste hem een prettige dag. Hij was verrast en zei iets troostends. Ik denk niet dat hij dat anders nog had gedaan.

Ik merkte het ook toen ik een vervelend telefoontje moest plegen. Ik was boos, mijn been trilde. Maar ik legde rustig uit waarom de kwestie belangrijk voor me was. Het viel mijn gesprekspartner op, in positieve zin. Het is leuk als mensen dat niet verwachten. Meditatie werkt door in je dagelijks leven.

Er is wel een kans dat je je van het meditatiekussen zo weer in de chaos stort. Ik speel soms te lang computerspelletjes, omdat ik gespannen ben voor iets dat ik moet doen. En ik ben een stresskikker als ik bijvoorbeeld over mijn werk wordt geïnterviewd. Ik denk dan vaak dat ik meer moet weten dan ik weet. Maar op het podium voor een publiek kan ik me overgeven. Ik bereid de eerste tien minuten voor en laat vervolgens iets ontstaan. Dan heb ik plezier in het vertrouwen dat alles wat je nodig hebt er al is.

Ik weet dat het niet om verlichtingsmomenten gaat, maar ik had er twee.

iedereen moet ergens zijn tjitske jansenDe eerste keer was zo’n twintig jaar geleden, tijdens een therapiesessie. Ik citeer even uit mijn dichtbundel: Tijdens het planten van tulpenbollen gebeurde het. Ik implodeerde en explodeerde tegelijkertijd. Imploderen en exploderen zijn niet de goede woorden. De goede woorden zijn er niet, ik probeer in de buurt te komen. Ik was zo dichtbij als ik kon zijn en verder weg dan ik ooit was geweest. De ruimte waarin ik me bevond was geen ruimte meer waarin ik mij bevond. Ze had geen einde meer en ik was deel van haar. Nee, ik was geen deel van haar, ik was haar. Ik was mijn grenzen kwijt en ik was alles. Tegelijkertijd was ik degene die het zag. Al was degene die het zag niet ik. Ik was in de eeuwigheid gevallen. Ik weet niet hoe lang het duurde, niet langer dan een paar seconden.

De tweede keer was toen ik worteltjes raspte, in Schotland. Ik denk wel eens aan die eeuwige momenten als ik me realiseer dat mediteren veel tijd kost. Ze zijn misschien belangrijker dan wat ik in tien jaar meemaakte. Ik ervaarde de werkelijkheid zonder te projecteren en te conceptualiseren. Hoe die echt is. Ik wist dat alles oneindig goed was en dat het altijd zo was geweest. Mijn hevigste verliefdheden vallen erbij in het niet. Ik zal dat nooit vergeten.

In het afgelopen jaar was ik een paar maanden in Frankrijk om mijn nieuwe bundel af te maken, in de Pyreneeën, aan een rivier. In die omgeving voelde ik me goed en mijn meditaties verdiepten zich. Inmiddels is het, nu ik ruim twee maanden weer in Nederland ben, thuis een behoorlijke puinhoop. Het was een drukke tijd met interviews, fotosessies en online optredens in boekhandels. Ik probeer dan toch gewoon te gaan zitten, hoewel ik me soms afvraag of ik wel echt aan het mediteren ben. Maar dat is beter dan het niet doen. De ervaring is nooit helemaal weg. Mediteren is als water dat voortdurend op een steen druppelt en hem uitslijt.”


Tjitske Jansen studeerde af aan ArtEZ, de academie voor Theater in Arnhem. Ze publiceerde vier bundels waarin ze poëzie, proza en theater combineert. Daarnaast geeft ze met grote inzet les over schrijven, poëzie en performance aan middelbare scholieren. Haar laatste bundel Iedereen moet ergens zijn verscheen in maart 2021.