De kracht van zen bij het omgaan met social media

“Boeddhisme helpt me ‘zen’ te zijn met social media”

Dit is niet gezond, realiseerde strategisch adviseur digitale geletterdheid Remco Pijpers zich 5 jaar geleden, toen hij nachtenlang geëmotioneerd Twitter bleef checken na de aanslag op Charlie Hebdo. Zoekend naar de balans, kwam hij uit bij zenmeditatie. “Ik wilde mezelf sterker maken en leren: ik hóéf mij niet emotioneel te laten meeslepen.” Een gesprek over de kracht van zen bij je omgang met social media.

Het is het jaar 1995 wanneer Remco als redacteur voor onderwijzers ‘Bulletin Board Systems’ vult, een soort teletekst op het trage internet. Wifi bestond nog niet, een handjevol mensen had een mobiele telefoon van het formaat ‘walkie talkie’ en wie het internet op wilde had een modem nodig, waarmee je kon ‘inbellen’. De term digitale geletterdheid Digitale geletterdheid is het geheel van digitale vaardigheden en omvat -volgens SLO en Kennisnet- vier aspecten:
1. Ict-basis-vaardigheden; dit bevat onder andere:
- kennis van basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken
- het kunnen omgaan met hardware
- het kunnen werken met internet (e-mail, browsers)
- weet hebben van beveiligings- en privacyaspecten
2. Computational thinking: Problemen zodanig (her)formuleren dat het mogelijk wordt om het probleem met computertechnologie op te lossen.
3. Mediawijsheid; kennis, vaardigheden en mentaliteit om kritisch en bewust om te gaan met media.
4. Informatievaardigheden; het kunnen zoeken, selecteren en verwerken van bronnen en informatie op internet.
bestond nog niet. Als kinderen al iets leerden op dat vlak, ging het vooral over de technische kant van computers, tijdens het bijvak ‘informatica’.

zen en het omgaan met social media remco pijpers

Remco Pijpers

Inmiddels zijn we 25 jaar verder in de digitale revolutie en werkt Remco als strategisch adviseur digitale geletterdheid en ethiek bij Kennisnet, de publieke ict-organisatie voor het primair, voortgezet en middelbaar onderwijs. In die rol helpt hij schoolbesturen na te denken over hoe ze leerlingen digitaal geletterd kunnen maken en hoe digitalisering publieke waarden in het onderwijs kan dienen in plaats van ze in de verdrukking te brengen.

Al meer dan 25 jaar laat Remco zich daarbij leiden door een fascinatie voor zowel de mogelijkheden als de schaduwkanten van digitale technologie. Een interesse die ook een spirituele dimensie kreeg, toen hij zo’n vijf jaar geleden begon met zenmeditatie.

Hoe kwam je op het zenpad terecht?
“Dat begon met de aanslag op het Franse weekblad Charlie Hebdo in Parijs”, vertelt Remco. “Ik kon niet meer stoppen met het volgen van nieuwsupdates, real time, van journalisten en burgers op Twitter. Nachtenlang sliep ik nauwelijks. Fysiek kapot was ik, maar ook erg overstuur. En wel dusdanig, dat ik me realiseerde: dit is niet gezond. En: deze reactie is ook niet per se iets van nu, maar speelt al een aantal jaren. Het gevoel dat Twitter me weliswaar veel brengt, maar dat de schaduwkant, die continue ‘present shock’, me in de weg zit.

‘Hoe vind ik de balans?’, vroeg ik mij af. Ik kwam uit bij meditatie. Ik wilde mezelf sterker maken en leren: ik hóef die telefoon niet op te pakken, ik hóef me niet emotioneel te laten meeslepen. Mijn boeddhistische pad begon dus vanuit een heel praktische behoefte.”

Inmiddels mediteert Remco zo’n drie jaar bij Zen Centrum Amsterdam en zal hij binnenkort Jukai ontvangen. In de zentraditie staat dit gelijk aan het nemen van toevlucht Volgens de boeddhistische traditie ben je boeddhist wanneer je ‘toevlucht neemt’ tot de Drie Juwelen (Boeddha, Dharma en Sangha). Dit betekent dat je het ideaal van Verlichting, dat de Boeddha bereikte, als je hoogste ideaal ziet; dat je het Pad van de Dharma bewandelt door beoefening van de Dharma, de Leer van de Boeddha. En dat je onderdeel uitmaakt van de Sangha, de 'spirituele gemeenschap’. (Bron: Boeddhistische Unie Nederland) , wat een officiële initiatie tot het boeddhisme betekent.

“Waar alle boeddhistische inhoud en rituelen eerst totaal vreemd voor me waren, raakte zenmeditatie me steeds dieper, resoneerden de zenteksten van Dogen en besefte ik: hier is mijn plaats. Ik ben al een tijdje bezig met het naaien van een rakusu Een Japans kledingstuk dat de zenbeoefenaar zelf maakt, als voorbereiding op de Jukai ceremonie. Daarna wordt de rakusu om de nek gedragen als teken dat een beoefenaar de Bodhisatva geloftes heeft ontvangen. , waarvoor ik onlangs een sewing weekend bij Zen River in Uithuizen heb doorgebracht”, vertelt Remco, terwijl hij de rakusu in wording voor de camera houdt.

Hoe staat het nu met je ‘Twitterverslaving’? Heeft de zenmeditatie je geholpen?
“Ja en nee. Ik ben in elk geval zelf veel minder gaan posten en reageren op Twitter. Ik volg nog steeds veel nieuws, en heb bijvoorbeeld vannacht wel het debat tussen Biden en Trump zitten kijken. Maar ik zit er bewuster in en daar helpt het mediteren me wel bij. Ik kijk naar mijn emotionele reacties: maakt iets me boos, of bang? En probeer het dan om te buigen naar hoe ik ervan kan leren, bijvoorbeeld door me nog meer te verdiepen in Amerikaanse politiek en geschiedenis. Maar wakker lig ik er niet meer van.

Het bijzondere aan toevlucht nemen is dat mijn beoefening al lang niet meer draait om rustig worden in relatie tot social media. Wel dat ik rust vind in wat ten diepste onbegrijpelijk is. En dat ik me concentreer op de vraag: hoe kan ik me nog meer voor anderen inzetten? Weg van het pathologisch lijden aan het wereldleed dat op mijn smartphone-scherm wordt geprojecteerd, weg van mezelf, mijn handelen beter richtend op de mensen hier en nu, in mijn directe omgeving.”

rakusu jukai

De zelfgemaakte, nog nét niet affe rakusu

Hoe komt het dat social media zo’n verslavende werking hebben? Écht contact is toch veel aantrekkelijker?
“Dat is inderdaad iets wat de coronapandemie ons duidelijk heeft laten zien: hoe groot de behoefte is aan echt contact. Verbinding waarbij alle zintuigen worden aangesproken. De sensaties die je dan hebt, laten zich door geen scherm of algoritme vertalen.

Dat neemt niet weg dat verbinding via social media wel degelijk waardevol is. Iets wat je goed ziet bij tieners: als geen ander willen zij vrienden in het echt ontmoeten. Maar als dat niet kan, omdat het laat op de avond is, of omdat er huiswerk ligt, dan zijn social media een enorme uitkomst voor ze om continu in verbinding te zijn. Uit onderzoek van Patti Valkenburg, hoogleraar Media, Jeugd en samenleving aan de UvA, blijkt dat het zelfvertrouwen van de meeste tieners een boost krijgt door contact met vrienden via social media.”

Valt het dan allemaal wel mee met de negatieve kanten van social media? ?
“Aan de ene kant wel: slechts een klein percentage jongeren heeft juist lást van social media. Denk daarbij aan negatief commentaar op hun foto’s of weinig sociale contacten op internet. Aan de andere kant niet: social media hebben de laatste jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt die niet alleen positief is. De schaduwkant schuilt vooral in de grote zuigkracht.

Onlangs ben ik na vier jaar weer actief op Facebook geworden, om de pagina van Zen Centrum Amsterdam bij te houden. En af en toe bekruipt me echt het gevoel: ik trek dit niet meer. Nog meer dan vier jaar geleden ben ik me ervan bewust hoe Facebook mijn aandacht probeert te kapen met allerlei ‘snoepgoed’. Dat manifesteert zich natuurlijk in de berichten die je ziet, maar verder in het hele ontwerp, in hoe de knoppen eruitzien die uitlichten wat ik belangrijk zou moeten vinden. Maar hoe belangrijk vind ik het echt?”

Je grijpt zonder dat je wilt grijpen, je hecht je zonder je te willen hechten. Tot je wakker wordt en je realiseert dat het algoritme jou stuurt

Tweet

In de documentaire Kan ik de wereld veranderen vertelt een voormalig influencer op vrij dramatische wijze hoe fake de wereld van Instagram is. Hoe groot is dit probleem volgens jou? Wat doet die fakewereld met het zelfbeeld van mensen?
“De risico’s zitten met name in het steeds maar online willen zijn, niet meer zonder kunnen. De smartphone in onze broekzak produceert onophoudelijk geluid en trillingen. Je kunt er niet omheen. Die signalen zeggen: grijp naar je telefoon, geef ons je onverdeelde aandacht, kijk in de algoritmische spiegel, die wij – socialmediabedrijven – aan het vormen zijn. Die spiegel is het zelfbeeld dat steeds verder wordt gepolijst. Dat spiegelbeeld is hoe je wilt overkomen met foto’s die je achterlaat voor je vriendenkring. Maar het draait ook om je online gedrag: waar je naar kijkt, waar je op klikt. Je grijpt zonder dat je wilt grijpen, je hecht je zonder je te willen hechten. Tot je wakker wordt en je realiseert dat het algoritme jou stuurt, in plaats van dat je zelf het stuur vasthoudt. En dat je dat stuur ook kunt loslaten wanneer je maar wilt.

Er wordt terecht gewezen op Silicon Valley waar elk sociaal contact is gekapitaliseerd. Elk design is gericht op het uitpersen van sociale interactie, bijdragend aan je perfecte, frictieloze zelfbeeld, bedoeld om je zo lang mogelijk digitaal aan boord te houden. Maar niet alleen het verdienmodel is the one to blame. De hele samenleving digitaliseert en dataficeert, ook de overheid en het onderwijs, data verzamelend, sturend op een aankoop of een actie die bijdraagt aan efficiëntie en doelmatigheid. Maar waar het werkelijk om gaat, wie ben je?, zie je niet in pixels, vind je niet tussen nullen en enen.”

Je hebt zelf drie jonge tieners. Hoe bescherm je hen tegen de schaduwkanten van die razendsnelle ontwikkelingen?
“In 2010 werd de iPad geïntroduceerd en die hadden we ook al snel in huis. Mijn vrouw en ik hebben lang gesproken over de vraag: wat is verantwoord? We besloten om regels af te spreken over de hoeveelheid schermtijd: alleen op zaterdag en zondag, maximaal 25 minuten per keer. Het effect is dat ze het vreselijk leuk vinden als ze erop mogen, in plaats van dat het een gewoonte voor ze is. Het is niet zo dat we nooit op een scherm kijken. Juist wel, maar heel vaak is dat een gedeelde ervaring. Wil je origami doen? Prima, ga maar naar YouTube om een tutorial op te zoeken. Wil je iets programmeren voor school? Oké, overleg het even en dan is er geen probleem. De nadruk ligt bij ons dus op ‘benutten’, met ook ruimte voor ‘digitaal snacken’. Daar de balans in vinden, is een permanente zoektocht.

Hoe ouder ze worden, hoe meer we ze ook loslaten. De oudste heeft sinds de middelbare school een smartphone, maar de jongste twee in groep acht zijn de enigen in de klas die er geen hebben.

Vinden ze dat niet vreselijk?
“Nee, het klinkt heel spartaans en ouderwets, maar ik denk dat ze mediawijzer zijn dan veel andere kinderen. Nu ze ouder worden krijgen ze ook echt meer ruimte om zelf de verantwoordelijkheid te dragen. De dialoog wordt dan ook steeds belangrijker. We hebben aan de eettafel veel gesprekken over digitale media en kijken samen naar Lubachs aflevering over de Fabeltjes Fuik of debunker Harry Hol. Mijn oudste is heel nieuwsgierig naar complottheorieën en desinformatie, wil graag van ons weten hoe wij daar tegenaan kijken. En wij vragen ook aan hem: wat doen die filmpjes met jou en hoe bepaal jij wat waar is of niet? Dat ze allemaal veel lezen en weten, helpt ze ook digitaal stevig te staan.”

Is dat voor iemand zoals jij, die hier professioneel mee bezig is, niet veel makkelijker?
“Veel hangt af van je eigen gezonde verstand en de kennis die je zelf hebt van je kind. Die krijg je vooral door in gesprek te zijn met je kind, daar hoef je geen expert voor te zijn, al is het natuurlijk wel degelijk aan te raden om je in mediaopvoeding te verdiepen. Als je dat gesprek op een open manier doet, niet vanuit angst, maar vanuit nieuwsgierigheid, dan stelt je kind zich open en komt het zelf met vragen of worstelingen, waar je dan samen een oplossing voor zoekt. Zeker als kinderen gaan puberen, willen ze vooral belangstelling van jou en niet allerlei wijsheden. Dan is het zaak het gesprek te voeren vanuit goede en open vragen: wat gebeurt er in de reacties bij de YouTubefilmpjes die je maakt of kijkt? Hoe reageer je zelf? Wat doe je als iemand iets post waar je boos van wordt? Wat werkt wel en wat werkt niet? Op die manier kun je zelf ook veel van je kinderen leren.”

Simone Weil zegt: ‘Aandacht is de zuiverste vorm van vrijgevigheid’. Dat is ronduit zen natuurlijk.

Tweet

Je bent dus bewust bezig om de technologie te laten werken voor jou, en niet andersom. Die vraag: ‘wat willen wij van technologie en wat betekent ons mens-zijn daarin?’, lijkt steeds prangender te worden. Zie jij dat ook?
“Zeker. Het scherm uitzetten en bewust nadenken over de waarden die voor jou belangrijk zijn. Voor mij gaat dat vooral over ‘aandacht’ en menselijkheid. Wat betekent mens-zijn in het licht van digitalisering? Wat voor mensen willen we zijn voor elkaar? Hoe kan digitale technologie daar dienstbaar aan zijn? Wat betekent aandacht voor jou en je gezin? Die aandacht voor elkaar moeten we echt weer terug claimen en dat zit voor een deel in de gedeelde rituelen. Tijd voor elkaar nemen, niet alleen om te eten, maar ook om samen te koken. Te wandelen en gesprekken met elkaar te voeren, zonder de telefoon. Of in de vorm van nieuwe rituelen: samen met je kinderen Fortnite spelen, bijvoorbeeld. Maar ook door dat ding ‘s nachts uit te zetten en goed te slapen. In de zomer heb ik een podcast gemaakt over de Franse filosofe en mysticus Simone Weil. Zij zegt: ‘Aandacht is de zuiverste vorm van vrijgevigheid’. Dat is ronduit zen natuurlijk. In de digitale samenleving munten sociale media uit in vrijnemigheid.”

De manier waarop social media onze aandacht kapen staat haaks op wat we in meditatie proberen te doen, het niet meegaan in al die prikkels, ze slechts waarnemen en niet reageren. Ervaar jij dit zelf ook zo?
“Sociale technologieën zijn je digitale ‘monkey mind’. Ogenschijnlijk zit je rustig, maar ondertussen pulseert het algoritme gedachten rond en verlies je jezelf erin. Je daar bewust van zijn is belangrijk.

Net als bij het zitten op mijn meditatiekussen gaat het om de oefening in mijn aandacht, het sterken van mijn vermogen om tegen die aap te zeggen: nu even niet, nu geef ik niet toe aan die verleidelijke tweets, filmpjes, et cetera.”

Gedraagt iemand zich online als een hork, dan stuur je niet meteen een boze tweet terug

Tweet

Social media lijken – veel meer dan het echte leven – een plek waar je ruzie maakt, oordeelt over anderen en die oordelen ook te pas en te onpas rondbazuint. Wat kan het boeddhisme hier tegenover zetten?
“Of je nu boeddhist bent of niet, het boeddhistisch perspectief kan heel erg helpen ‘zen’ te zijn met sociale media. Om uit de achtbaan van rauwe, ongefilterde emoties te stappen. Sociale media zijn zo ontworpen dat je snel-snel tot actie overgaat, bijna zonder na te denken. Psychiater en mindfulnesstrainer Edel Maex zegt daar mooie dingen over. De snelheid van de digitale maalstroom kan ‘de bereidheid om te kijken’ vertroebelen, zegt hij. Hiermee bedoelt hij de bereidheid om te kijken naar wat zich aandient en wat je raakt. Het gaat over inzicht en mededogen. Inzicht laat je dingen zien die je anders zouden ontgaan, aldus Maex. Mededogen wil zeggen dat je door te kijken ook bereid bent om geraakt te worden door wat je ziet. Bijvoorbeeld: gedraagt iemand zich online als een hork, dan stuur je niet meteen een boze tweet terug. Wees bereid te kijken naar wat en wie er achter die boosheid schuil gaat. En baseer daar je handelen op.

Zelf vind ik de 5 ‘poortwachters van de spraak’ van de Amerikaanse antropoloog en zenleraar Joan Halifax inspirerend en bruikbaar. De ‘poortwachters’ zijn volgens haar ‘de fundamenten van verbondenheid en zorgzaamheid’. Die kun je ook online inzetten. Voordat je een tweet plaatst, een foto toevoegt aan Instagram, een video deelt via WhatsApp, of reageert op een bericht: vertraag, luister eerst naar je eigen stem. Stel eerst deze vijf vragen: Is het waar? Is het vriendelijk? Is het heilzaam? Is het noodzakelijk? Is dit het juiste moment?

Joan Halifax favoriete boeddhistische boek

Joan Halifax

Kunnen tieners ook leren hun negatieve online reactie te ‘vertragen’?
“Diep van binnen weten jongeren dat geraakt worden, écht geraakt worden, niet zit in het aanraken van een scherm, in het uitdelen van een like, of je afschuw uitspreken over een politieke uitspraak of een vreselijke terroristische aanslag. Het zit in compassie, je vermogen om je in te leven in anderen, dwars door alle schermen en grenzen heen.”

Hoe leer je ze dat?
“Een goed voorbeeld is het verhaal van Patton Oswald, een Amerikaanse acteur die in een Twitter-ruzie verzeild dreigde te raken. Oswald reageerde met een snedige grap op een tweet van Trump, waar een Trump-supporter, Michael Beatty, weer vernietigend op reageerde. Oswald bestudeerde het profiel van Beatty eens goed en kwam erachter dat de man grote medische problemen had en geen ziektekostenverzekering. Patton besloot om de boel om te keren en zijn eigen volgers op te roepen om geld te doneren via de ‘Go Fund me page’ van de Trump-aanhanger. Het resulteerde uiteindelijk in meer dan 21.000 dollar aan donaties en een diep ontroerde Beatty. Patton Oswald peddelde niet op de escalerende stroom van verontwaardiging mee. Hij weerstond de impuls en keerde de verwachting om.

Vertel je tieners dit, dan raakt dit hen ook. Een verhaal over menselijkheid en compassie, over het doen van het goede in digitale tijden. Want welke tiener heeft nooit iets naar zijn hoofd geslingerd gekregen op Instagram? Of heeft zelf niet ooit wat gezegd zonder tot tien te tellen?”

Titelbeeld: Camilo Jimenez


Meer informatie

www.mediaopvoeding.nl

Handboek Digitale Geletterdheid voor het onderwijs