Hoe begin je opnieuw met mediteren? Ik had nooit gedacht dat dat een relevante vraag zou zijn. Toen ik begon met mediteren, meer dan twintig jaar geleden, liet ik mijn beoefening er soms wat bij zitten, vooral als alles lekker liep. Als het leven onvermijdelijk zwaarder of saaier werd, kroop ik weer terug op het kussen. Tot een crisis juist mijn sangha raakte. Precies toen ik meditatie het hardste nodig had, kon ik het kussen niet meer uitstaan.
Nu, pas acht jaar later, durf ik opnieuw te beginnen. Maar hoe moet dat eigenlijk en waar? Ik verwachtte allemaal esoterische kwesties tegen te komen als ‘welk waarheidsbeginsel van welke traditie spreekt mij het meest aan?’ Maar dat bleek niet het grootste obstakel.
“Weet je wat jij nodig hebt? Een sangha.” Ik stond met mijn gesprekspartner in de rij voor de thee in een Vietnamese pagode in Almere. Ik was er op het jubileum van de Boeddhistische Unie, om voor Bodhi de sociale media te verzorgen. Dat betekende dat ik oneerbiedig met mijn telefoon had zitten spelen tijdens belangrijke gebeurtenissen. Maar daaromheen had ik een paar impactvolle uitwisselingen gehad.
Ik wist niet eens zo goed wat het was, dat mij na zoveel jaar nog tegenstond.
Ik was boos geweest, heel boos, heel lang. Over de vertrouwensbreuk met de mensen verantwoordelijk voor de schandalen. Mensen die ik ooit beschouwde als spirituele vrienden en mentoren. Met onbehoorlijk gedrag waar nog steeds weinig publiekelijk bekend over is, hadden ze zichzelf beschadigd en de anderen om wie dit ging. Ik was maar een buitenstaander. Nadat er van alles geregeld was met de direct betrokkenen, was de zaak af. Maar de relaties die ik met hen had, waren ook kapot. En onze sangha bestond niet meer. Na hun vertrek bleef er weinig over voor de achterblijvers om mee te herbouwen.
Niet dat ik dat toen nog kon. Ik werd letterlijk misselijk als ik mijn kussen zag. Daaronder zat een diep gat van verdriet. Over het verlies van mijn pad binnen deze traditie, het gemis van mijn medebeoefenaars en het wegvallen van de structuur om hen in te ontmoeten.
Het was een kluwen aan moeilijke, lelijke emoties, die ik uiteindelijk ook nog eens heel onspiritueel had geparkeerd.
De laatste tijd kon ik heel af en toe weer zitten, dat was een soort vooruitgang. Het was goed voor mijn mentale gezondheid. Maar eigenlijk had ik het boeddhistische pad wel opgegeven. Toch liep ik vandaag hier, op dit jubileum, tussen delegaties van alle Nederlandse tradities. En het viel mee.
Met een collega van Boeddhistisch Geluid kwam ik zelfs in een diepgaand gesprek terecht. Over vragen als wanneer je iemand als je leraar beschouwt, over formele versus informele beoefening en, ja, over spirituele vriendschappen. Lekker nerden over de beoefening. Classic. Retro zelfs. Man, dit had ik stiekem best gemist. Met mijn boosheid was ik nog geen vrienden geworden, maar andere beoefenaars waren het probleem duidelijk niet. Toen dacht ik: you know what? Het is tijd. Ik heb een sangha nodig. Maar welke?
De komende afleveringen gaat Ander op zoek naar een sangha die bij hen past, om opnieuw te beginnen. Volgende keer: oude bekenden.
Omslagafbeelding: Pixabay.