De Boeddha op de basisschool

De Boeddha in het klaslokaal: interview met docent Silvie Walraven

Hoe krijg je kinderen geïnteresseerd in een eeuwenoude leer uit Azië? Bodhi vroeg het aan mindfulnesstrainer Silvie Walraven. Sinds 2018 geeft ze boeddhistisch vormingsonderwijs op openbare basisscholen. Hierin maken leerlingen kennis met de grote religies en levensbeschouwingen. “Soms zie je dat er een kwartje valt, zoals de leerling die door de lessen beter kon omgaan met zijn broertje met adhd.”

Op tafel in de klas staat een schaal koekjes. ‘Wie en wat zorgden ervoor dat deze koekjes hier nu staan?’, vraagt docent Silvie Walraven (50) aan haar leerlingen van groep 6. ‘De supermarkt!’ roept een leerling. ‘De boeren die het graan hebben verbouwd!’, oppert een ander. Na elk antwoord niet Silvie een gekleurd strookje papier tot een rondje, aan een ander papieren cirkeltje.

Tegen de tijd dat de ketting een meter lang is, begint het de klas te dagen: hiermee kun je doorgaan totdat de hele klas gevuld is met de ketting! Oftewel: de koekjes staan niet op zichzelf en zijn met alles verbonden. Van de prehistorische fossielen, die de bron zijn van de brandstof om de koekjes te transporteren, tot de kassière bij wie je de koekjes afrekent.

Zo krijgen leerlingen inzicht in boeddhistische concepten als onderlinge verbondenheid.

Silvie doet dat graag op een speelse manier, zodat leerlingen zelf tot inzichten komen. Haar boeddhistische lessen maken deel uit van het zogenaamde vormingsonderwijs dat kinderen sinds 2018 krijgen op sommige Nederlandse openbare basisscholen. Naast het boeddhisme maken de leerlingen ook kennis met onder andere het hindoeïsme, de islam en het protestantse christendom. Het onderwijs probeert zoveel mogelijk aan te sluiten bij de nieuwsgierigheid van kinderen.

Op de website van het vormingsonderwijs is te lezen: ‘Kinderen hebben een natuurlijk verlangen om iets te onderzoeken en te ontdekken. Boeddhistisch vormingsonderwijs sluit daarop aan. Door uitwisseling van ervaringen en ideeën onderzoeken kinderen wat de verhalen en wijsheden van de Boeddha voor hen kunnen betekenen. Onder het motto: neem niets voor waar aan, maar onderzoek zelf wat helpend en niet-helpend is. En dan niet alleen voor jezelf, maar ook voor de ander’.

Boeddhistisch rolmodel zijn

Silvie woonde 15 jaar in Bhutan en Nepal, waarvan ze de laatste vier jaar werkte als leerkracht op een Nederlands en lokale school . Sinds zes jaar is ze terug in Nederland, waar ze een opleiding tot mindfulnesstrainer voor kinderen volgde. Ze is verbonden aan het Maitreya Instituut voor Tibetaans boeddhisme.

Silvie Walraven

Silvie Walraven vertelt over het leven van de Boeddha

“Het geven van de vormingslessen is voor mij de perfecte combinatie van de zachte kant van onderwijs en mijn persoonlijke achtergrond als boeddhist”, vertelt ze enthousiast. De docenten die het vormingsonderwijs geven, streven ernaar de belichaming te zijn van de religie of levensbeschouwing waarin ze onderwijzen. “Dat voelt wel als een verantwoordelijkheid. Ik ben als docent een boeddhistisch rolmodel voor ze, dus ik wil laten zien dat ik doe wat ik zeg. Ik wil zelf de rust uitstralen waar ik het in mijn lessen over heb. Dat betekent niet dat ik soms niet boos word als het onrustig is in de klas, maar dan leg ik erbij uit dat ik het helaas even nodig vond. Dat maakt dan wel indruk”, vertelt Silvie.

Het verschil met de kinderen in Azië en Nederland is groot: “In Azië zijn ze veel hiërarchischer opgevoed, daar staan ze op als ik binnenkomen en zeggen ze in koor ‘Goodmorning madam Silvie!’. Dat respect mis ik soms in Nederland. Ook lijken de leerlingen daar minder moeite te hebben met visualiseren: iemand voor zich zien aan wie ze bijvoorbeeld liefdevolle vriendelijkheid geven. Daar groeien ze op met gebeden en visualisaties door hun boeddhistische of hindoeïstische achtergrond. Kinderen hier vinden dat soms moeilijk of raar.”

Vaardigheden die je niet kunt toetsen

Het weerhoudt Silvie er niet van om haar lessen op deze manier aan te bieden. “In de gewone lessen, zoals bij rekenen en taal, moet alles getoetst worden. Wij hebben het in onze lessen over heel andere vaardigheden, zoals de moed om jezelf te zijn. Dit leren we ze niet door ze boeddhistische feitjes voor te schotelen, maar door ze uit te nodigen om de lessen van de Boeddha te verbinden met hun eigen ervaring. Het levensverhaal van de Boeddha gebruiken we bijvoorbeeld om te illustreren dat het soms moed kost om je eigen weg te gaan, zoals Siddhartha dat had toen hij uit zijn paleis wegging. Voor leerlingen vergt het soms moed om hun mening te geven terwijl ze weten dat hun vriendinnen er anders over denken. ‘Waarom is het toch belangrijk om te vertellen wat je vindt?’ vraag ik dan. ‘En moet je altijd je mening geven?’ Of ik laat ze door aandachtsoefeningen ervaren hoe je rust en stilte in jezelf kan vinden.”

boeddhistisch vormingsonderwijs

Tekening over het leven van de Boeddha

Silvie gebruikt regelmatig een klankschaal, waarbij ze de kinderen aandachtig laat luisteren. Als ze niets meer horen, moeten ze hun vinger opsteken. “Bij zulke oefeningen maak ik duidelijk dat het niet om de competitie gaat wie de bel het langste hoort, maar dat je het voor jezelf doet, om je eigen aandacht te trainen.”

Af en toe krijgt Silvie te maken met onbegrip over het vormingsonderwijs bij leerlingen of ouders.

Zoals de vader die niet wilde dat zijn kind ‘gebrainwashed’ zou worden over de Islam, of het islamitische jongetje dat beweerde dat de klankschaal ‘haram’ [een onrein product voor moslims, red] is. Silvie: “Sommige leerlingen krijgen thuis te horen dat andere religies slecht zijn. Daarover praten de docenten dan met elkaar, de leerling en de ouders. Daarna is er vaak geen probleem meer. Als ze ons als docenten met verschillende religieuze achtergronden in een team zien samenwerken, zien ze ook dat het wel mogelijk is om goed met elkaar om te gaan. En dat er veel overeenkomsten zijn.”

Binnen de boeddhistische docentengroep is er ook niet altijd overeenstemming, doordat de docenten uit verschillende boeddhistische tradities komen. “Met elkaar ontwikkelen we een curriculum. Hierin hebben we tien kernbegrippen van het boeddhisme vastgelegd, thema’s waar we iets mee willen. Maar omdat we uit verschillende stromingen komen, denken we niet over alles hetzelfde. Reïncarnatie is daar een voorbeeld van. Kinderen vinden dat een interessant onderwerp ‘Oh, dus dan kom ik weer terug!’ zeggen ze dan. Wij vertellen dan dat de meningen binnen het boeddhisme daarover verschillen.” Voor Silvie is een les geslaagd als de leerlingen naar elkaar luisteren en open durven zijn over hun ervaringen en ideeën. Als ze betrokken zijn bij wat ze hen aanbiedt. “Soms zie je dat er een kwartje valt, zoals de leerling die door de lessen beter kon omgaan met zijn broertje met adhd. Als het broertje weer eens heel druk was en ruzie maakte, kon de leerling nu een stil plekje in zichzelf opzoeken.”

En de koekjes die zo mooi verbonden liggen te zijn op hun schaaltje? Die mogen de leerlingen aan het einde van de les opeten. Uiteraard wel met aandacht, zodat het meteen een mindfulnessoefening is.


Meer informatie of zelf Boeddhistisch Vormingsdocent worden?
Neem contact op met Helma Ton (landelijk coördinator)
Algemene informatie over vormingsonderwijs vind je op de website van het vormingsonderwijs