hoe-krijg-ik-zin-in-mediteren

Shoot! #1: Hoe krijg ik zin in mediteren?

Zou meditatie, net als chocola, een natuurlijke behoefte moeten zijn? Diep weggestopt in een Duits retraite-oord, waar ik verder niets te doen heb, mediteer ik vanzelf een eind weg. Maar eenmaal terug thuis komt het er niet van. Zal ik het dan maar gewoon laten zitten? ~ Anoniempje

Tom Hannes is zenboeddhist, therapeut en schrijver van de boeken ‘Zen of het konijn in ons brein‘, ‘Let’s get mythical’ en ‘De vijf gezichten van angst‘. In de rubriek Shoot! geeft Tom antwoord op al je levensvragen.


Als ik een kort antwoord mag geven: Nee!
Als ik een ander kort antwoord mag geven: Ja!

Als ik een wat langer antwoord mag geven: dit is een heel interessante vraag! Vooral omdat er zoveel woordvallen in zitten. ‘Woordval’ is geen officieel Nederlands woord, maar ik gebruik het graag. Een woordval is een soort van denk-valstrik die met een woord meereist zodra je het gebruikt. Het zet je vast in een veronderstelling, zonder dat je je daar bewust van bent. Lastige dingen zijn het, die woordvallen. Maar het is wel heel leuk en bevrijdend om ze te ontmaskeren. Daarom vind ik deze vraag zo prettig: ze is een echt nest van woordvallen. Bijvoorbeeld het woordje ‘natuurlijk’. Het ziet er leuk uit, het klinkt als iets nobels. Maar let op, want ‘natuurlijk’ is een eersteklas bedrieger. Ook in deze zin:

“Zou meditatie, net zoals chocola, een natuurlijke behoefte moeten zijn?”

Is chocolade een natuurlijk behoefte? Denkt iemand dat echt? Nee toch? Het zou een ramp zijn als dat wel zo was, want de cacaoboon werd pas in de vijftiende eeuw in Europa geïmporteerd. En pas eeuwen later werd de chocolade zoals we het nu kennen uitgevonden. Hoe zouden Europeanen al die miljoenen jaren daarvoor overleefd hebben, als het om een natuurlijke behoefte ging?

hoe krijg ik zin in mediteren

Omnomnom…

Nee, ‘natuurlijk’ is hier niet veel meer dan een poging om het wat banalere woord ‘gemakkelijk’ te vermijden. Het is heel gemakkelijk om chocolade te willen. Zoals elke licht verslavende stof makkelijk te verlangen is. Zo gemakkelijk dat we onszelf kunnen wijsmaken dat we het van nature nodig hebben, opdat we de verleiding niet hoeven te weerstaan. Als we deze woordval wegnemen, klinkt onze vraag al een beetje anders:

“Zou het niet gemakkelijker moeten zijn om zin te hebben in meditatie?”

Mooi. Dat klinkt al eerlijker. Maar voor ik bezwijk aan de verleiding om een antwoord te bedenken, wordt mijn aandacht getrokken door een tweede woordval: ‘zou moeten zijn’. Wat betekent ‘zou moeten zijn’? Dat er een kloof is tussen een goede wereld en de wereld zoals hij is. Daar kan ik me wel in vinden. We hebben duidelijk meer dan genoeg in petto om in een veel betere wereld te kunnen leven. Het zou moeten kunnen. Dus daarin zit de woordval niet. Wel in een ondertoon die in de vraag bijna ongemerkt op ‘zou moeten zijn’ meereist.

Het voelt een beetje aan als: ‘Als het niet gemakkelijk is, dan, tja, weet je wel, dan werken die dingen misschien gewoonweg niet bij mij. Ik weet ook niet hoe het komt, door de maatschappij of zo, of door iets in mijn opvoeding, of door mijn DNA. Hoe dan ook, als meditatie me niet vanzelf verleidt, zoals chocola dat wel kan, dan is het wellicht niet authentiek iets voor mij. Dan betekent het dat ik er niet compatibel mee ben. Niks aan te doen. Later misschien wel. Als de omstandigheden beter zijn. Maar nu niet.’

Mooi! Onze vraag wordt steeds helderder. Want nu klinkt ze als volgt:

“Kijk, ik denk dat wil mediteren. Maar is het normaal dat ik merk dat het op de één of andere manier tegen de stroom van mijn zin en tegenzin ingaat?”

Ik blijf moedig weerstaan aan de verleiding om een antwoord te geven, want hier toont zich misschien wel de grootste woordval! Deze keer zit ze niet echt in een woord, maar in het vraagteken op het eind van de zin. Het is een valstrik omdat het geen echt vraagteken is. Het is een uitroepteken dat zo schrikt van zichzelf dat het zich probeert te verbergen. Deze vraag is met andere woorden geen vraag. Het is een uiting van een besef: ‘Ja, nogal wiedes dat meditatie het misschien wel mogelijk maakt om op een andere manier te leven dan als de speelbal van onze zin en tegenzin.’

Hm, dat is niet zo’n aantrekkelijk besef. Het roept bovendien zo’n onrust op, dat we het meteen proberen te verbergen door het als vraag te vermommen.

Dat verandert als we merken dat er een ander besef meespeelt. Namelijk, dat een leven geleid door zin en tegenzin niet zo’n gelukkig leven is. Het is behoorlijk frustrerend, onbevredigend. We willen allerlei idiote dingen en dat maakt ons miserabel. En zelfs al weten we dat, we houden er niet zomaar mee op er toch naar te streven. En daarom werden zulke dingen als meditatie uitgevonden. Dat schept een zeker conflict in ons leven. Aan de ene kant voelen we dat er iets van grote waarde in meditatie zit. Aan de andere kant merken we dat we dat besef nog liever wegmoffelen in de drukte van ons leven dan dat we er actief ruimte voor maken. Als in deze zin al een vraag zit, is het eigenlijk een heel andere:

Wil ik wat meditatie met me kan doen ook werkelijk toelaten in mijn leven?

Hiermee hebben we iets belangrijks gedaan. Onze vraag is helemaal omgekeerd. We begonnen als slachtoffers van een lastige situatie waar we niks aan konden doen, en nu staat er plots een vraag die gaat over welke keuze we willen maken. Wij zelf. Bewust. In ons leven. Nu.??Vanzelfsprekend hebben we alle recht om te stoppen met mediteren, als het ons niets lijkt. Maar als we op de één of andere manier hebben ervaren dat meditatie zinnig kan zijn, is dit niet het moment om af te haken. Het is precies het begin van een groeiend besef dat de grond zal vormen voor een vrijer en fijner leven. Daarom was mijn eerste korte antwoord op ‘Zal ik het maar laten zitten?’ een ondubbelzinnig ‘Neen!’

Maar hoe blijf je het volhouden dan, met al die tegenzin die in je giert? Om die lastige kaap te nemen, kan het helpen om niet zozeer tegen je zin te mediteren, maar eerder samen met je tegenzin. Daarom was mijn eerste antwoord ‘Ja’, laat het maar zitten. Letterlijk. Laat je tegenzin meezitten, terwijl jij bewegingloos je zitoefening doet. Je tegenzin mag er zijn. Als je zo kunt zitten, wordt in mijn ervaring mediteren plots veel gemakkelijker. Lichter. Krachtiger. Ruimer. Dieper. En – jawel – natuurlijker.


Lees verder

Meer weten over meditatie? Van deze boeken ga je spontaan mediteren