citaten boeddha nirvana

Uitspraken van de Boeddha: over vuur en nirvana

Veel Boeddha citaten die je op Facebook ziet ‘bekken lekker’ maar blijken bij nadere studie niet altijd even authentiek. Tom Hannes duikt in de ‘echte’ uitspraken van de Boeddha en ontwaart een wereld van wijsheid. In dit deel ontdekt hij de betekenis van nirvana en wat dat te maken heeft met vuur.

‘De gloed die ik ontsteek, is slechts in mijzelf.
Mijn vuur brandt altijd: steeds gloeiend en stralend
leid ik als een waardig mens een waardig leven.’

Sundarika Bharadvaja (Snip 3.4)

Betekenis van Nirvana

De Boeddha van de Pali-canon heeft iets met vuur. Hij gebruikt het opvallend vaak als metafoor. Zijn bekendste vuurmetafoor is wellicht het woord nirvana, het grote doel van zijn bevrijdingsweg. Het woord op zich betekent zoveel als ‘uitdoving’. Het vuur is weg. Hij beschrijft zichzelf ook vaak als ‘koel’ geworden, vrij van de brandhaarden die ons en onze wereld zo vaak nodeloos miserabel maken. Zijn oplossing klinkt radicaal: we moeten uitdoven.

Dat klinkt voor ons doorgaans weinig interessant. Wij moderne mensen hebben iets met rusteloosheid. We verwachten er interessante, mooie en diepe dingen van. Zoals vooruitgang. Of persoonlijke ontwikkeling. Of een rijk en boeiend leven. En dan presenteert de Boeddha zijn blijde boodschap over een uitgeblust leven? Hoe fijn kan dat worden?

Maar in de bovenstaande quote lijkt de Boeddha uit een heel ander vaatje te tappen. Hij staat zowaar op te scheppen over hoe geweldig laaiend hij wel niet in het leven staat. Hij gloeit en straalt onophoudelijk. ‘Kijk mij hier eens branden! Zo moet het!’ Hoe zit het nu? Ben je als bevrijd mens voor altijd koel geworden of sta je juist voortdurend te laaien? Eén van de twee moet fout zijn.

Metaforen van de Boeddha

Als dit citaat één ding aantoont is het wel dat we de uitspraken van de Boeddha altijd in hun context moeten zien. Als we ze er los van zien is de kans groot dat we er niets van begrijpen. Als de Boeddha metaforen gebruikt is het al helemaal opletten. Vaak is hij dan wat aan het dollen met een klassieke betekenis van het beeld voor zijn publiek – en keert hij die binnenstebuiten om zijn eigen punt te maken.

Metaforen vormen vaak een scherpe kritiek op religieuze idealen van zijn tijd. Zoals nirvana. Enerzijds geeft het een indruk weer van wat je van een ontwaakt leven kunt verwachten: je wordt rustiger, minder geconditioneerd door je innerlijke brandhaarden en dus vrijer. Maar dat zegt al met al niet zoveel.

Hoe blussen we die ellende? Dat is onze echte vraag

Tweet

De uitdoving van nirvana wordt pas echt beladen als je het plaatst tegenover de rol die vuurrituelen hadden in de brahmaanse priesterkaste van zijn tijd. Met hun precies uitgevoerde houtvuur-rituelen beweerden ze het leven aanzienlijk te kunnen verbeteren en mensen één te maken met de goden. Door zijn ideaal uitgerekend ‘uitdoving’ te noemen zet de Boeddha zich daar vierkant tegenover. Het woord nirvana betekent dus net zo goed: ‘Kom, jongens, in plaats van te zitten brabbelen bij rituele vuurtjes en denken dat je daar wezenlijk iets mee verandert, zou je beter kijken hoe onze vurigheid de wereld in brand steekt. Hoe blussen we die ellende? Dat is onze echte vraag.’

Boeddhisme als innerlijke en ethische praktijk

Als we vervolgens de woorden van de Boeddha te letterlijk nemen en uit deze context lichten, lijkt hij plots de profeet van het uitgebluste bestaan te zijn. Maar dat blijkt alvast niet uit het bovenstaande citaat. Ik heb het geplukt uit een kort gesprek van de Boeddha met de brahmaan Sundarika Bharadvaja. Ook hij is gespecialiseerd in rituele houtvuren. Na een uitwisseling van hoffelijkheden veegt de Boeddha het ritueel resoluut van de hand. Het maakt allemaal niets uit, zegt hij, ‘en daarom heb ik het aansteken van houtvuren verworpen’. En dan volgt het citaat.

Deze keer plaatst de Boeddha echter geen metafoor van uitdoving tegenover het vuurritueel, maar een metafoor van vurigheid. Het verschil zit deze keer in het feit dat de rituelen uitwendig en formalistisch zijn, en zijn praktijk inwendig en ethisch. Het is een innerlijke laaiende praktijk die een mens kan doen stralen. Stralend. Dat zijn allemaal vuurmetaforen, beelden van iets dat het leven vervult van zin en intensiteit.

In moderne populaire quotes wordt het boeddhisme vaak voorgesteld als een weg die erop neer komt gewoonweg te aanvaarden, op te geven en los te laten. Maar als we willen dat onze praktijk écht iets uitmaakt, zullen we haar moeten uittillen boven het idee van een ontspanningstechniek of een manier om gelukzalige eenheidservaringen te scoren. Om de miserabele vuurhaarden van ons bestaan te doven, is paradoxaal genoeg een laaiende drijfveer nodig. Om miserabele vuurhaarden in te wisselen voor de innerlijke gloed van het ontwaakte leven. Om als waardig mens in een waardig leven die gloed naar de buitenwereld uit te stralen, daar goed werk te verrichten en het verschil te maken.

Titelbeeld: Chanrasmey Miech


Lees ook:

Uitspraken van de Boeddha: genot versus een ander soort geluk